#TBT: Below 30 & successful – Eduard

In 2014 spraken wij met Lynn, Eduard en Danny over hun kijk op het kappersvak en wat precies succesvol zijn inhield. Na twee jaar blikken we terug en spraken over hun successen. Deze interviews zijn te lezen in onze volgende editie.

Maar lees hieronder waar zij toen stonden:

Eduard Meijerink (27), mede-eigenaar Velvet Monkey

‘Wij werken niet vanuit macht, ego of concurrentie’

‘De passie voor haar is bij mij heel jong begonnen en op mijn veertiende werkte ik al in een salon. Daar werd ik al heel enthousiast over haar, maar ook over shows en educatie. Ik wilde bekijken waar ik goed in was en waar ik mij nog meer kon ontwikkelen door middel van educatie en dan op mijn beurt dit weer kunnen delen. En dat delen is voor mij heel belangrijk omdat ik dat niet zo heb ervaren in het begin. Toen mijn compagnon Kylie (Velvet Monkey) en ik begonnen, wisten we eigenlijk niet precies hoe we alles moesten doen. Wat we wel wisten is wat we niet wilden! Dat is echt een cadeau, want dan ga je niet een kant op waar je niet naar toe wil. Alle wegen waren nog open en we hebben ons heel breed georiënteerd. Vragen als wie zijn we, waar willen we naar toe en hoe willen we naar ons personeel zijn, hebben wij zorgvuldig uitgezocht. Als je ziet waar we binnen een jaar staan, hoeveel exposure we al hebben gehad, de waardering van bestaande en nieuwe klanten, en wat ik nog veel belangrijker vind, dat jonge creatieve mensen ons opzoeken en nu ons de vraag stellen of wij hen kunnen helpen om bepaalde wegen te bewandelen. Dat is een groot compliment. Zij zien dat wij iets neerzetten vanuit ons hart en niet te beroerd zijn om te delen. Dan is het super om iemand mee te nemen naar een shoot bijvoorbeeld.

Wij zijn binnen Velvet Monkey echt een team. Iedereen is even belangrijk. Wij hebben de salon, maar doen ook veel shoots en geven educatie. Ik denk niet dat het een voordeel is dat we dan jong zijn, want dat heeft soms ook nadelen. Je wordt veel minder serieus genomen en dus moet je veel harder je best doen en werken. Het mooie daaraan is dat wij ons altijd heel goed voorbereiden als we aan een klus beginnen of een gesprek aan gaan met een zakenrelatie. Je ziet het gedrag dan ook omslaan van eerst een laidback-achtige modus naar een attentiemodus waarin ze op het puntje van de stoel zitten om ons bij te benen. We weten echt wel waarover we het hebben en dat heeft te maken met het feit dat we open naar de branche kijken. Wij werken ook niet vanuit macht, ego of concurrentie.

Uiteindelijk zijn wij dit begonnen omdat we hier gelukkig van worden en onze passie kunnen en mogen delen. Die balans die wij samen hebben, brengt ook veel structuur met zich mee. Kylie is daar super in. Personeel weet altijd waar ze aan toe is. Bij functioneringsgesprekken vragen wij ook wat zij van ons vinden en hoe wij functioneren. Je wilt een bepaald merk neerzetten met je salon, maar wij vergeten niet dat we met mensen werken en dat iedereen hetzelfde moet voelen, met hun talenten, doelen etc. Eén keer in de maand houden we een brainstormsessie. We hebben veel projecten en educatie te geven. Dan kan ik dat in mijn eentje ontwikkelen, maar ik heb zes mensen met zes fantastische ideeën. Waarom bundel je dan die ideeën niet en ontwikkel je samen een training. Dat ik die geef, is tot daar aan toe. Ik kan dat niet alleen – wil dat niet alleen – daar heb ik mijn team voor nodig. Ik word daar gelukkig van.

Ik zie helaas toch nog heel vaak dat de werkgever een defensieve houding heeft ten opzichte van zijn personeel en bang is dat ze beter worden dan hij. Of dat met een nieuwe vorm van ondernemen te maken heeft of een oude vorm is, durf ik niet te zeggen. Soms hoor je zeggen dat je creativiteit verliest als je onderneemt. Dat geloof ik niet. Ik denk juist dat je creatiever wordt als je onderneemt. Je kan dan helemaal je eigen agenda bepalen, met wie je werkt, voor wie je werkt. Maar je moet wel een duidelijk visie hebben. Pas dan ontvang je wat je hebben wil. Hoeveel salons weten niet wat hun doelgroep is! Iedereen die mikt maar op de massa…tja, dan wordt alles een slap aftreksel. Je koopt toch ook een bepaald merk of je gaat naar een bepaalde boutique omdat je je er mee kunt identificeren. Mensen willen bij een community horen en daar moet je aan bouwen. De gunfactor speelt daar zeker een rol in. Waar ik mijn waardering uit haal? Daar ben ik naar op zoek. Ik dacht altijd dat anderen moesten waarderen wat ik doe en dat dit mij voldoening zou geven. Dan zou ik succesvol zijn. Naar mate ik volwassen word en meer kan relativeren, zit daar de waardering niet in. Succes zit hem niet in carrière-technisch, maar in dat waar je heel gelukkig van word.’