#TBT: Below 30 & Successful

Twee jaar geleden stelden wij aan een paar jonge ondernemende kapperstalenten  de vraag: ‘Wat is succes en wat houdt succesvol zijn in voor jou?’.

In onze aankomende editie blikken wij terug en stelden wij weer de vraag aan deze talenten. Ook stellen wij vier nieuwe jonge talenten voor die ons kijkje geven in hun wereld, hun gedachten en hun blik op het vak. 

We nemen je mee terug naar 2014 en beginnen met Joost Mulleman – heden: Barberschool trainer/manager en freelance barber-artiest:

 

‘Kwaliteit zou de essentie moeten zijn’

‘Hoe ik gestart ben? Ik zat op de middelbare school en was veel bezig met sport en er goed uitzien. Op een gegeven moment zat ik in de klas en vond dat mijn haar nooit goed zat. Overal waar ik naar toe ging, zat het niet. Er zat geen gevoel in, dus ik bedacht dat ik dat zelf beter kon. Vanuit die optiek ben ik gestart met: als je iets doet, moet je het goed doen.

Ik zat in 3 HAVO en had nog geen kappersschool gedaan, maar ik was wel al vriendjes aan het knippen, mijn broertje, mijn vader en mezelf. Ik heb veel slachtoffers gemaakt. Op een gegeven moment heb ik samen met mijn mentor gekeken wat de mogelijkheden waren en heb ik mijn VMBO diploma gehaald. Daarna heb ik een aantal scholen bekeken die leuk leken zoals het CIOS. De kappersschool was natuurlijk niet stoer voor een ventje, maar het CIOS was ook niks. Mijn mentor heeft er op gehamerd dat ik wel even een kijkje ging nemen op de kappersacademie. Daar heb ik een gesprek gehad. Mijn drijfveer was dat ik gewoon super goed wilde worden én dat ik mijn ondernemersdiploma kon halen. Alleen zo’n academie met al die kakelende vrouwen…ik wilde al afhaken! Mijn ouders hielden voet bij stuk: als je iets wil bereiken, moet je doorzetten. Dus toch afgerond. Op school heb ik meegedaan met de Hair Fashion Awards. Daar werd ik derde en vanuit school ben ik bij Maurice den Exter aan het werk gegaan. Hij bood mij die baan aan! Dat is natuurlijk tof als je net begint. Alleen de afstand was te groot: Rotterdam – Brabant. Na een jaar ben ik geswitcht en ben bij Betlem Taravilla – Whoops – gaan werken. Na twee jaar wilde ik mijn kennis verrijken omdat ik merkte dat ik een grote drang had om mijn klanten beter te begrijpen.

In Rotterdam heb je heel veel verschillende nationaliteiten en dus ook heel veel verschillend haar. Thuis was ik heel beschermd opgevoed en in de grote stad, als jochie van 18-19 jaar, is dat allemaal anders. Ik zag de mogelijkheid om mijn passies (sport, haar en reizen) te combineren en ben toen een jaar op reis gegaan om de wereld te ontdekken en te groeien, ook binnen mijn creativiteit. Dat zit niet in kaders. Je kunt een plan maken waar je naar wilt groeien of naar een eindresultaat werken. In mijn geval kun je het vak benaderen als een soort beeldhouwen. Ik vind het prettig om zo te werken. Ik kijk naar vormen, gezicht en haar. Ik vraag altijd aan mensen wat ze doen en wat ze uiteindelijk met hun haar willen en hoeveel tijd ze überhaupt hebben. Daar omheen knip ik. Ik zie best wel veel verschillen hoe anderen haar benaderen. Heel veel wordt er recht toe recht aan geknipt en dat heeft natuurlijk ook te maken met educatie. Ze leren bepaalde lijnen en technieken, maar het gaat er om dat de klant zich top voelt. Bij Maurice heb ik een goede leerschool gehad. Hij gaf mij de kans om alles te bekijken en te vragen waarom hij iets deed. Dat was ook bij alle anderen waar ik heb gewerkt.

Van kijken en vragen leer je heel veel, mits je dat ook wil! Je kunt uitgaan van een ‘kunstje’, maar je leert van verschillende manieren en stijlen. Per klant bekijk ik wat passend is. Er is niet één weg die naar Rome leidt. Misschien omdat ik al knipte voordat ik een opleiding had gevolgd, dat ik al had geproefd van het gevoel van knippen en wat haar doet. Een opleiding als basis is belangrijk. Daar ontwikkel je een bepaalde logica, maar een coupe knippen bestaat uit veel factoren. Dat leer je daar niet.

Ik ben van mening dat educatie enorm belangrijk is en door scholen onderschat wordt. Er wordt daar uit gegaan van hoeveel geld kunnen zij met deze school verdienen, maar ze missen het doel: hoe moeten we het niveau van de kappers omhoog brengen. Ik heb het niet over session styling, maar echt puur ambachtelijke knippen. Door het kwaliteitsniveau hoger te maken, gaan de mensen op straat er ook beter uitzien. Waar ik mij dagelijks aan stoor is het niveau van sommige kappers. Als ik mijn ideaal plaatje mocht schetsen dan zou ik het niveau van de kappersbranche anders willen zien. Bijvoorbeeld in MBO, HBO en universiteit. Daar heb je een bepaalde denkwijze voor nodig of een niveau van creativiteit. Nu wordt er vaak gedacht: als we het echt niet meer weten maar we zijn een beetje creatief en weten leuk met mensen om te gaan, gaan we de zorg in of we worden maar kapper. En dat is zo jammer om te zien! Dan is je vak niet gegroeid uit passie of beleving. Vergeet niet dat een consument dat merkt.

Ik vind het leuk om mijn klanten op te voeden. Die zijn soms jaren bij een andere kapper geweest, maar weten echt niet wat ze met hun haar moeten. Laat staan verzorgen! Dat vind ik zo zonde van ons vak. Ik wil dat graag oplossen, maar ben me er ook van bewust dat je in je eentje de wereld niet kunt verbeteren. Als de ‘hogere machten’ dit niet zien of zelf zoiets hebben van laat maar, dan komt er ook geen verbetering. Natuurlijk gebeurt er veel, maar het is zo jammer dat we in dat cirkeltje blijven draaien. Je zou beter per individu kunnen kijken.

Hoe kunnen we iemand naar een bepaald level krijgen. Kwaliteit zou de essentie moeten zijn!’