Geen Wijvengezeik

Marleen Bosman

Aan de eettafel, onder genot van Mediterraanse gehaktballetjes, kwam het gesprek op gang over educatie en werknemers. Wat doe je er als ondernemer aan om je team echt een team te laten zijn en hoe leren ze van elkaar? Marleen Bosman van Bosman Haar & Make-up uit Alkmaar runt samen met haar broer – Barry Bosman – de salon.

‘Wij hebben ten eerste heel bewust gekozen voor onze naam Bosman Haar &
Make-up. Mijn vader komt uit een kappersgezin en door heel Noord-Holland
zitten Bosman Kappers, maar wij willen onze eigen identiteit hebben, vandaar.
Samen met mijn broer Barry runnen wij de zaak. Veertien jaar geleden ben ik
daar gaan werken. Daarvoor werkte ik bij Rob Peetoom. Op een dag bedacht
ik ‘wat wil ik nu’? En Rob heeft mij het mooiste compliment gegeven toen hij
zei: ’Als ik kon klonen, dan kloonde ik honderd Marleentjes’. Toen dacht ik op
mijn beurt, dat zegt hij ook niet voor niets. Bij Rob heb ik de kans gehad om
zelf een salon te beginnen, maar ik wilde naar huis. Dat voelde ook echt zo:
ik ga naar huis. Barry heeft in die tijd wel vaker aan mij gevraagd wat ik zou
willen. Ik was topstylist en kon mijn eigen zaak beginnen, maar wilde mij niet
laten leiden door anderen maar uitgaan van mijn gevoel. Mijn gevoel zei dat
ik naar huis moest, in de zaak, bij mijn familie, samen met Barry.
Mijn vader was toen 53 en wilde op zijn 55ste stoppen en zei: “Als jij nu alvast
in de zaak komt werken, dan kan je het over drie jaar geruisloos overnemen”.
Dat was zeker niet gemakkelijk. Want als je ergens binnenkomt en je bent
altijd bedrijfsleider geweest dan is het ‘vraag het maar aan Marleen’ en nu
was het ‘vraag het maar aan je moeder’! Dat was wel wennen, maar aan
de ander kant ook een enorme leerschool. Op dat moment stond ik weer
onderaan de ladder – gevoelsmatig dan. Je moet jezelf weer met heel je ziel
en zaligheid bewijzen. Ik moest weer de klanten aan mij binden.
Is dat wat je meegeeft aan jouw team? En hoe doen jullie dat?
‘Ja, ik verwacht dat zij elke keer weer de klant opnieuw voor hen winnen.
Maar voordat je daar bent, gaat er veel aan vooraf. Wij startten destijds met
een erfenis van mijn ouders en hebben samen met hen gewerkt, dus je kunt
niet direct alles veranderen. Daar zaten klanten tussen die al dertig jaar
kwamen en aan bepaalde dingen gewend waren. Dus zijn wij gestart met
onze visie, waar wij over tien jaar wilden zijn. Misschien waren onze wensen
wel te snel of konden niet. Als eerste wilden we de zaak een andere uitstraling
geven. Een strak interieur dat toch veel warmte bezit, een professionele
uitstraling in combinatie met wat mijn ouders hadden opgebouwd vanuit
die oude buurtsalon. Het gevoel in de winkel moest zijn ‘ik kom hier bij een
familie’. Dat is heel goed gelukt in onze ogen. Stap twee was natuurlijk het
team. Wij hebben veel geïnvesteerd in educatie, podiumwerk gedaan, Barry
is Nederlands kampioen geweest, maar als je dan thuiskomt, ga je gewoon
de volgende dag naar de winkel en knip je Mevrouw Jansen! En dan is
deze mevrouw net zo belangrijk als het model waarmee je de dag daarvoor
gewerkt hebt. Wij hebben daarom ons team heel rustig opgebouwd. We
hadden wel dat mooie pand, maar intern waren we toen nog niet toe aan al
die reuring. Dus we hebben het rustig aangepakt en hebben voornamelijk
jonge mensen aangenomen. Die wilde wij het Bosman DNA laten voelen.
Je kan natuurlijk wel doen zoals de oude garde dat gewend was: niet lullen,
maar pellen. Dat wilden wij dus niet. Het voelen van een DNA daar gaat tijd in
zitten en je moet mensen laten groeien door middel van heel veel trainingen.
Elke woensdagavond trainen wij in blokken van september tot december
en van januari tot juni. Dat zijn trainingen op alle vlakken.’
Wat is het belang van trainingen voor jou?
‘De persoonlijke groei en ontwikkeling. Barry en ik zijn vooral bezig met wie
ben jij, wat wil jij? Wij gaan hen daarbij helpen en coachen. Wij zeggen ook
altijd: jullie zijn het elftal en wij zijn de coach en verwachten dat iedereen
zijn positie in het veld kent, maar je moet elkaar helpen. Wij scoren met zijn
allen! Zo is het bijvoorbeeld dat iedereen zijn eigen specialisme heeft. Je
bent bij ons ook geen leerling. Nee, je bent stylist. Je merkt dat door die
coaching het team enorm gemotiveerd is en altijd blij is. Zakelijk gezien –
als ik dan op de ondernemersstoel ga zitten – zie je dat terug in een goed
lopende onderneming die blijft groeien, ook in een moeilijke tijd. Als je mij
vraagt of we succesvol zijn, zal ik volmondig ‘ja’ zeggen, misschien wel
succesvoller dan ooit. En dat komt omdat ik elke dag op sta met een goed
gevoel als ik de winkel open, mijn meiden zie staan, trots op ze ben, een
volle agenda zie en blij ben hoe mijn leven nu is. Maar er is altijd ruimte voor
groei. Dat doen we op verschillende manieren. Naast dat we de gebruikelijke
functioneringsgesprekken hebben, kijken we naar wat de wens is. Niet
sociaal wenselijk, maar wat kunnen wij doen om je te laten groeien.’
We komen in een nieuw tijdperk ook wat leidinggeven betreft. Werkt
de weg die jullie nu met elkaar in zijn gegaan goed?
‘Ja. Ik zeg altijd tegen mijn mensen: zonder frustratie, geen groei. Als niets
jou meer frustreert en je gaat maar door, dan groei je nooit. Ik word blij als
iemand boos wordt of een mening heeft. Dat is het leerproces en dat geldt
voor je hele leven. Ik wil samen met mensen aan doelen werken, maar
dan moet ik wel weten wie die mensen zijn! Sociaal wenselijke idealen zijn
anders, maar wij bekijken wat de professional in de meiden wil. Dan gaan
we stappen zetten.’
We zien dat veel jonge stylisten het ambiëren om op het podium te staan
of willen doen wat jij gedaan hebt. Hoe ga je daar mee om binnen je team?
‘Ja, dat zie je zeker. Ik vertel wat ik allemaal gedaan heb en laat ze alles zien.
Als ik de vraag stel: waar wil jij staan? Krijg ik meestal het antwoord: daar
waar jij nu staat. Daar ben ik bewust iets mee gaan doen. Alle teamleden
hebben een specialisatie en werken naast de salon voor een merk. Amber
is educator bij Sassoon Professional, Natasja werkt als educator/trainer voor
Sebastian Professional, Claudia is net geslaagd als salon ambassador voor
KEVIN.MUPRHY, Suzanne is make-up specialist voor Youngblood en ik heb
net het voorstel gedaan aan Shuemura om daar ook één van de meiden
een traject in te laten gaan. Het mooie van dit is dat je een team hebt dat
gedreven is en het steekt elkaar aan. Je geeft je teamleden een specialisatie
en ze worden geen concurrenten van elkaar. Ze willen hun kennis delen
en ze werken allemaal voor een andere firma. Iedere firma heeft zijn eigen
specialiteit. Ik vind het heel erg belangrijk als je met elf dames op 130m2
staat dat, dat er geen concurrentie is en geen wijvengezeik! Dat zeg ik ook
altijd bij een sollicitatie: wij willen geen wijvengezeik! Geen geroddel en geen
gedoe. Op het moment dat dit gaande is, hak ik daar ook meteen in. Dat
klinkt heel onaardig, maar ik wil juist dat er een prettige sfeer is en dat we
naar elkaar kunnen kijken en denken: dat is tof! En die waardering spreken
zij ook naar elkaar uit. Ieder individu moet zich bijzonder voelen, maar we
hebben een gezamenlijk doel.
De grootste angst voor een coach is dat zijn beste spelers verder gaan
kijken of voor zichzelf beginnen. Ben jij daar bang voor?
‘Nee. Totaal niet. Als dat iemands ambitie is dan moet je dat vooral doen.
Dat ga ik niet tegenhouden. Ik ben niet bang als een beste kracht weggaat.
De kracht is dat we aan de ene kant coach zijn, maar aan de andere kant
nog steeds mee voetballen.
Wij zijn niet topzwaar. Voorheen was dat een probleem. Wij hadden geen
breedte aan de onderkant. Dat is waar wij aan gewerkt hebben: in de breedte
creëren. Zodat je meer kracht hebt als er één wegvalt. Maar dat is ook niet
omdat het ‘systeem’ dat veroorzaakt, maar ook voor degene zelf en dan
kom je op een gelijkwaardig vlak. Dat is ook de reden waarom wij niet met
prijsdifferentiatie werken.’